Hoe houd je jongeren vast in de Noordkop? Middelbare scholieren in Schagen kunnen alvast mbo-vakken volgen. ’Door hier te starten met de opleiding, voorkom je dat ze wegtrekken’
De leerlingen van zorg en welzijn volgen sinds kort oriëntatiecursussen op het mbo. © Foto Nick Maarsen
„Mag ik het nóg een keertje doen?”, vraagt Anique Pril (16) wanneer de naald niet lekker in de arm gaat. Het is slechts een kunstarm, toch voelt de handeling al heel realistisch bij de derdejaars vmbo-scholieren van het Regius College. De leerlingen van zorg en welzijn volgen sinds kort oriëntatiecursussen bij Vonk-mbo. (artikel afkomstig van het Noordhollands Dagblad.)
Ze krijgen les van mbo-docenten, in een mbo-gebouw en in het vierde jaar zelfs vakken op mbo-niveau. Vandaag volgen ze een les verpleegkunde, maar het kan ook een les zijn over wat een onderwijsassistent doet, of activiteiten die je met ouderen kan ondernemen. De derdejaars leren bepaalde handelingen uitvoeren of mogelijke gesprekken voeren en maken zo kennis met verschillende beroepen.
En daarbij wordt van alles uit de kast getrokken. „Ik vind het heel interessant”, zegt Anique. Hoewel ze eigenlijk nog geen idee heeft wat ze later wil worden, is ze blij met de lessen die ze krijgt op het mbo. „Ik vind het leuk om het allemaal uit te proberen; ik leer zo een beetje wat je moet doen.”
De groep derdejaars van het Regius College krijgt deze middag een les in verpleegkunde. © Foto Nick Maarsen
Talenten
Doel van de samenwerking tussen mbo en vmbo is om de talenten te behouden voor de regio. „Want we willen heel graag dat de jeugd hier blijft”, legt Jolanda Voogd, projectleider van Vonk, uit. Wat ze vaak zien, is dat leerlingen die jarenlang les hebben gehad op het Regius College, na hun eindexamen kiezen voor een opleiding in Alkmaar of zelfs verder weg. „Wij zitten praktisch in hetzelfde gebouw. Dat vinden wij als Vonk heel zonde, maar ook als regio raak je zo heel veel talent kwijt.”
Binnen de mbo-opleidingen in zorg en welzijn ziet Vonk het aantal studenten teruglopen, terwijl de vraag naar personeel juist groeit. Tegelijkertijd wisselen mbo-studenten relatief vaak van opleiding, omdat ze niet de juiste keuze hebben gemaakt.
'Haal je het mbo-certificaat niet, dan heb je alsnog extra kennis en ervaring opgedaan' Tim Bijpost, Regius College
Samenwerking
De samenwerking moet daar verandering in brengen. Leerlingen van basis-, kader- én tl-niveau, met het profiel zorg en welzijn, volgen in het derde jaar zes verschillende lessen bij het mbo. In het vierde jaar wordt dat uitgebreid met een keuzedeel op mbo-niveau. Wie dat succesvol afrondt, kan kennis en studiepunten meenemen naar een vervolgopleiding, goed voor een vrijstelling van 240 uur.
Toch ligt de nadruk niet op presteren, maar op ontdekken. „Haal je het mbo-certificaat niet, dan is dat geen probleem”, zegt Tim Bijpost, teamleider vmbo van het Regius College. „Dan heb je alsnog extra kennis en ervaring opgedaan, en heb je een vmbo-diploma.”
Volgens Bijpost zijn zorg en welzijn en techniek de beroepsgroepen met de meeste tekorten. Maar in de toekomst hopen ze ook horeca en groen erbij te betrekken. Deze regeling komt tot stand door een overheidssubsidie en net als het Regius en Vonk samenwerken, doen Vonk en Scholen aan Zee hetzelfde in Den Helder.
Elise en Anna leren hoe ze een patiënt aan het bed kunnen verzorgen. © Foto Nick Maarsen
Voogd wil benadrukken dat leerlingen vrij blijven in hun keuze. „Leerlingen kunnen met deze certificaten nog steeds kiezen uit verschillende mbo-opleidingen. We willen ze niet vastzetten om voor Vonk te kiezen, maar juist helpen een goede keuze te maken.”
„Veel leerlingen kijken niet eens naar een opleiding in de Noordkop, omdat ze weg willen”, vervolgt Voogd. „Terwijl een kleinere school voor sommigen juist beter past. Door deze samenwerking wordt de stap naar het mbo kleiner en veiliger.”
Sfeer
Dat merkt ook Elise van der Klugt (15), die samen met klasgenoot Anna Noordstrand (15) haar tweede les volgt bij Vonk. Voor Elise is het inmiddels duidelijk: zij wil de zorg in. „Ik wil later in het ziekenhuis in Alkmaar werken”, zegt ze. Toch kiest ze bewust voor een opleiding dicht bij huis. „De sfeer hier vind ik fijner.”
Anna denkt nog na over haar richting, maar neigt naar kinder- of ouderenzorg. De lessen helpen haar om dat beeld scherper te krijgen.
'Onze kinderen vinden het geweldig en wij leiden zo toekomstige medewerkers op' Mascha de Wit, SKRS
Naast de lessen krijgen leerlingen ook praktijkervaring. Zo werken onderwijsinstellingen samen met lokale organisaties, zoals kinderopvangorganisatie SKRS. Directeur Mascha de Wit ziet de meerwaarde van het betrekken van deze jonge leerlingen op de werkvloer. „Leerlingen komen bij ons langs en krijgen opdrachten. Bijvoorbeeld: bedenk een activiteit voor oudere kinderen van de buitenschoolse opvang (bso). Soms gaan ze met de kinderen bakken of iets organiseren. Zo proeven ze echt aan het vak.”
'Door deze samenwerking wordt de stap naar het mbo kleiner en veiliger' Jolanda Voogd, Vonk
Hoewel er veel vraag is naar stageplekken, ziet De Wit het investeren in jongeren als noodzakelijk. „Het kost tijd, maar het levert ook veel op. Onze kinderen vinden het geweldig en wij leiden zo toekomstige medewerkers op.”
Verandering mbo-onderwijs Vonk
Vanaf volgend jaar zullen studenten van Vonk in hun eerste jaar geen stage meer lopen, maar opgeleid worden op de werkvloer. De eerstejaars onderwijsassistenten, pedagogisch medewerkers en studenten sport en beweging leren eerst ter plekke de theorie en draaien daarna mee in de praktijk, terwijl ze worden bijgestaan door een docent. Dat betekent dat de begeleiding van de eerstejaars niet meer bij het bedrijf ligt. Deze stap is in Den Helder al in de praktijk gebracht bij basisschool De Comenius.
Volgens haar helpt dat ook bij het invullen van vacatures. „Wij hebben relatief weinig moeite om mensen te vinden, juist omdat we zo actief opleiden.”
Met het oog op de toekomst, zoals de invoering van gratis kinderopvang, wordt die investering alleen maar belangrijker. „We hebben straks heel veel mensen nodig”, zegt De Wit. „Daar moet je nu al op inspelen.”
Dit artikel is afkomstig van het Noordhollands Dagblad.